Amstelveen - Misschien komt het doordat de Meneer altijd Vroege Vogels kijkt. Of doordat ik de hele week op mijn stoel achter een computer zit te vegeteren. En misschien is het gewoon wel de vrouwelijke variant van mannen die rond hun mid-veertigste een motor willen, maar ineens was het daar: de onbedwingbare drang om een vijver te graven in de tuin.
Geen idee waar dat zo plots vandaan kwam, ik ben helemaal niet zo aquatisch, maar op een goede dag werd ik wakker met het inzicht dat een vijver het enige was dat nog ontbrak in mijn tuin leven. Goed voor de biodiversiteit, en zo droegen we – mijn verkoopargument thuis - onder de rook van Schiphol tóch wat bij aan de stikstofreductie. Tenminste, dat vermoedde ik, want hoe vijvers zich verhouden tot CO2-uitstoot wist ik eigenlijk niet. Toch klonk het enorm verantwoord, een extra stukje Natura-2000 gebied aanleggen.
Het plan begon eenvoudig. Gewoon, zo´n plastic bakje van 20 euro met wat kroos en een lelie. Ingraven in een hoekje van de border: klaar. Maar zoals dat gaat met plannen die eenvoudig beginnen, die eindigen nooit zo. Google leerde al snel dat plastic vijverbakken le-vens-ge-vaar-lijk zijn. Voor egels dan. Die kunnen er namelijk wel in tuimelen, maar nooit meer uitklimmen. En hoewel ik nog nooit een egel in onze tuin heb gezien, was het beeld van een vijverbakje met allemaal drijvende dode egels niet helemaal wat ik voor ogen had met mijn nieuwe biotoop.
Gelukkig bood YouTube een alternatief: een zelf gegraven natuurvijver in organische vorm, met vijverdoek, zonder pomp (want hee: natuurlijk evenwicht!). Dagenlang verdiepte ik ons in de online wereld van Engelse vijverarchitecten en beroepsecologen. Rotspartijen, wuivend riet, terrassen, waterplanten, een aflopende helling... Het ‘hoekje in de border’ waar ik hem had bestemd, escaleerde volledig. Dat hele grasveld in de achtertuin… waar hadden we dat eigenlijk überhaupt voor nodig?
Aangemoedigd door een Vijver-o-loog bij Tuincentrum Het Oosten begonnen we met een vierkante kilometer vijverdoek, een spade en een tree waterplanten aan Project V. Ik voorzag dat het graven van een organisch gevormde terrassenvijver van 3 bij 1,5 erin zou resulteren dat de Meneer mij uiteindelijk in de organische vorm zou werpen om hem daarna snel dicht te gooien, maar niets was minder waar. Het graven van een vijver bleek (*hier begint de reclame*) een uitermate eenvoudige bezigheid die twee doorgewinterde kantoortijgers vervulde met het gevoel dat ze nu een keer écht iets bereikten in het leven.
Eenmaal gevuld met water, substraat en plantjes, vulde de vijver zich binnen no time met leven. 10.000.000 muggenlarven, welteverstaan. Iedere dag stond ik verwoed met mijn netje larven te scheppen, bang dat ik heel Westwijk met een muggenplaag zou opzadelen. Maar gelukkig fungeerde de vijver ook als libellen-parenclub, en niet veel later aten de libellelarven alle muggenlarven op. 1-0 voor het natuurlijk evenwicht. Toen de vijver na twee weken groenig werd, deden de mosselen Tiffany, Henk, Marjan en Marjan (de zoon vond 2 mosselen écht een Marjan) hun intrede en hadden we binnen een week een kraakhelder Zwitsers bergmeertje. 2-0 voor het natuurlijk evenwicht.
Zo ben je jong en sta je met je Breezer in de club… En zo zit je op een kussentje aan een vijverrand te kirren: “KIJK JONGENS, EEN HELE GEKKE WATERKEVER!!!” Het duurt denk ik niet lang meer of ik ga wijde batikjurken dragen en stoppen met het scheren van mijn benen.
Maar hee: altijd nog milieuvriendelijker dan een motor.
Dit artikel verscheen eerder in de zomereditie van AmstelveenZ Magazine, nummer 110.