Amstelveen - Je kunt van pubers heel veel zeggen, maar niet dat ze uitblinken in opruimen. Dat is vrij onhandig, want een van de kerncompetenties waar ze wél over beschikken, is het gebruiken van spullen op willekeurige plekken in huis. Servies assorti. Bestek. Glazen (voor elke slok een nieuwe). Handdoeken. Kleren. Nog meer kleren. Het tosti-apparaat. Een pan om een eitje in te bakken, of (het blijft Amstelveen) gyoza’s. Schoenen. Potjes wax. Mijn telefoonoplader. Schooltassen. Beugelelastiekjes. De zak met brood. Had ik kleren al gezegd? Mijn sleutels. Sporttassen. Een schaar om de kaartjes uit het nieuwe T-shirt te knippen. De kaartjes uit het nieuwe T-shirt zelf.
Het gevolg van het gapende gat tussen deze twee competenties, is dat mijn leven voor een groot deel bestaat uit vragen en wachten. Vragen of ze alsjeblieft hun bord/tas/beker/schoenen/jas/kleren/kaartjes/(vul aan wat van toepassing is) willen opruimen, en wachten tot dat ook echt gebeurt.
Schoenen liggen bij voorkeur midden in de kamer en verplaatsen zich na een reprimande soms naar het midden van de hal, maar nóóit naar het daartoe geëigende schoenenrek in de bijkeuken. Hooguit naar het midden van de bijkeuken. Hetzelfde geldt voor schooltassen, al eindigen die - wil je je tas naar boven brengen en niet midden in de kamer zetten?! - meestal midden op de overloop. Of midden op de trap, als de overloop net een brug te ver bleek. Kleren liggen bij voorkeur op een grote hoop midden in de slaapkamer want ‘dan zie ik goed wat ik heb’ (drogredenen bedenken is een tweede kerncompetentie van pubers, zo moet u weten). Soms maken borden, chipsbakjes en glazen de lange tocht van een slaapkamer naar beneden, maar niet voordat ze eerst een dagje bovenaan de trap hebben gestaan – om vervolgens te eindigen op het aanrecht bóven de vaatwasser, maar toch zeker niet erin.
Nee, geduld is een schone zaak. Of eigenlijk een vieze, want een fl es schoonmaakmiddel nemen ze dan weer nooit mee naar hun kamers. Groot was dan ook mijn vreugde toen ik ontdekte dat de gemeente daar nu een oplossing voor heeft.
Op een warme zomerdag lag er ineens een hele dikke dode aalscholver naast de sloot achter de heg. Hij zag eruit alsof hij lag te zonnen. Zonnende dode aalscholvers, weet ik nu, stinken erger dan camembert in een koelkast. En nu ben ik normaal nooit te beroerd om wat goors op te ruimen (want dat vraag ik gewoon aan de Meneer), maar naast de sloot stond ook een bordje dat waarschuwde voor botulisme. Geen idee of ik daar ook dood aan ga, maar het zou toch zonde zijn mocht dat gebeuren. Ik googelde waar in Amstelveen ik een lijkwagen kon bestellen voor een rottende vogel. Dat was in de Fixi-app, aldus de website van de gemeente. Daar kon ik online melden wat de locatie van het plaats delict was, en dan zou het vanzelf goedkomen.
Nu zijn pubers traag met opruimen; de overheid staat meestal óók niet bekend om zijn razendsnelle processen. Ik bereidde me dus al voor op een stinkende zomer, waarbij mijn aalscholver allang zou zijn vergaan tegen de tijd dat hij bovenaan de stapel zou zijn beland.
Na 3 uur was de aalscholver weg.
’s Avonds struikelde ik tijdens het uitlaten van de hond over een opstaande stoeptegel. Enthousiast geworden door zoveel daadkracht, meldde ik het in de Fixi-app. Tijdens de ochtendronde lag de stoeptegel recht. Volle hondenhalte-vuilnisbak? Binnen een dag leeg.
Geen idee wat er gebeurt als ik meld dat er op mijn adres wat glazen en bestek rondslingeren, maar ik heb goede hoop voor de toekomst.
Leve de gemeente: Veni, Vidi, Fixi!
Dit artikel verscheen eerder in de september-editie van AmstelveenZ Magazine, nummer 111.