Amstelveen - Het is een vrij treurig gegeven maar in de 10 jaar dat ik deze column schrijf, ben ik denk ik een keer of negen tien het jaar begonnen met een column over mijn goede voornemens. Als je al die stukjes achter elkaar plakt, dan leest het als het boek De wording van een afgetraind supermodel met spieren van beton.
Gek genoeg is daar hier thuis op de bank maar bar weinig van te zien. Van dat supermodel bedoel ik dan. In mijn fleece onesie zie ik er best een beetje uit alsof ik van beton ben. Alleen dan wel beton dat net gestort is en nog moet uitharden.
Eind 2014, de oudste zonen waren 3 en 5, nam ik me voor het eerst publiekelijk voor om een enorm fitte moeder te worden. Zo eentje die jogt achter de kinderwagen en niet aan suiker (en schermen) doet, maar verstandige cupcakes bakt van onbewerkte ingrediënten. Dat zijn vaak hele vervelende vrouwen in de omgang, maar dát had ik er ruimschoots voor over. Ik toog vastberaden naar de supermarkt waar ik de kar vollaadde met dingen die klonken alsof Doutzen Kroes ze ook at. Quinoa. Linzen. Gojibessen. Gewelde vijgen. Havermout. Speltbrood. De titel van het stukje was Blue Monday of hoe ik toch geen Doutzen werd, dus hoe het afliep laat zich raden.
Een paar jaar geleden schafte ik, bij wijze van goed voornemen, alvast nieuwe sportkleding aan. U weet wel, zo’n strakke hardlooplegging waarin veel moeders achteloos naar het schoolplein komen om er dan gewoon uit te zien als frisse moeders die, na het brengen van de kinderen, nog even een rondje door het bos gaan hollen. Ik zie er in zo’n legging altijd uit alsof de intocht van de Sint net achter de rug is en ik vergeten ben een deel van mijn pietenpak uit te trekken. Ik oog op geen enkele manier of ik en mijn legging zo lekker door het bos gaan rennen, vermoedelijk omdat je mijn intense hol-haat van het polyester af voelt druipen. Na al die jaren ben ik trouwens wél eindelijk toe aan een nieuwe legging. Maar dat is omdat die van een paar jaar geleden te strak zit.
Afijn. Dit jaar had ik geen goede voornemens. Eindelijk was ik in het reine met het feit dat er ook mensen moeten zijn die niet sporten. Ze maken loungebanken immers ook niet voor niets en buikspieren zijn zwaar overrated: je draagt toch altijd kleren. Maar ja, toen begon de Menéér.
Ze zeggen wel eens dat opposites attract, en als het aankomt op lichaamsbeweging kunnen we in huize Visser empirisch vaststellen dat dat een waarheid is als een koe. Al die 28 jaar dat ik met een biertje en een zak chips op de bank lag, was de Meneer druk in de weer. Squash. Padel. Hollen. Dingen met gewichten. Racefietsen.
“Ik ga een diepte-investering doen in mijn gezondheid”, kondigde hij na de kerstdagen aan. Nou, dan weet je het wel: dat wordt iets duurs dat in de weg staat. En nu staat er op de plek van de strijkplank dus een enorm geavanceerd racefietsapparaat. Je kunt er de Mont Ventoux mee beklimmen, maar ik – zo is het argument – kan er elke ochtend ook in een kwartier mee naar mijn thuiswerkplek fietsen. Ter motivatie kreeg ik een paar klikschoentjes cadeau, om ook te diepte-investeren in míjn gezondheid.
Ik heb er al 1 keer op gefietst om te concluderen dat ook fietsen op zolder een vervelende bezigheid blijft. Maar hee: je kunt er wel op fietsen terwijl je tv kijkt en dát is iets wat mij bijzonder aanspreekt.
Ik voel het aan alles: 2026 wordt mijn jaar. Doutzen, eat your heart out!