Amstelveen - Na een hele tijd verbouwen is de vernieuwde Meerkamp klaar. En nu is dat natuurlijk geweldig voor alle zwemfanaten, voor mij is het slecht nieuws. Een nieuw zwembad kan namelijk maar één ding betekenen: dat binnenkort één van de zonen (vermoedelijk de jongste, de oudste 2 gaan nog liever dood dan dat ze met hun moeder in bikini in het plaatselijke zwembad worden gespot) vraagt: “máááám?”(des de langer de áááá, des te vervelender het verzoek meestal is) … “Wil je met me naar het zwembad?”
Van alle activiteiten op aarde (de badkamer schoonmaken, een uitstrijkje laten maken, de haren uit het doucheputje peuteren, bevallen, hondenpoep van een vreemde hond opruimen) is naar het zwembad gaan toch wel een van mijn minst favoriete. Geen enkele activiteit die polyester, warme ruimtes en 500 gillende, halfnaakte mensen combineert staat hoog op die lijst, maar zwemmen dobbert toch wel ergens eenzaam onderaan want daar is water mee gemoeid. Kan de Meerkamp niets aan doen hoor, dit trauma stamt uit een ver verleden. Uit de tijd dat ik 6 was en iedere maandag om 7 uur ’s ochtends mijn aantrede moest doen in het Floraparkbad in Amsterdam-Noord.
Ik had als kind namelijk niet alleen hele grote voortanden, maar ook ingewikkelde oren. Daar moesten buisjes in en die mochten niet nat worden. Van op maat gemaakte oordoppen hadden wij in de jaren ’80 in de Molenwijk nog nooit gehoord, en dus werd ik waterdicht gemaakt met in Nivea gedrenkte watten en een badmuts. En dan niet zo’n snelle wedstrijdmuts, maar een rubberen. Wit. Met fliebertjes. Zo’n badmuts die naar boven komt als je ChatGPT vraag om een plaatje te maken van ‘bejaarde dame met badmuts’.
Ik mocht niet onder water zwemmen, met die oren. Dan zou die badmuts van mijn hoofd drijven en het hele niveaproject alsnog nat worden. En dus kwam ik nooit verder dan de schoolslag. Terwijl iedereen leerde crawlen en zeven meter onder water moest, trok het meisje met de lelijke badmuts baantjes in de laatste baan. Het plan was dat die buisjes er vanzelf weer uit zouden vallen, maar de oorarts trok er per ongeluk eentje uit. Toen had ik een gaatje in mijn trommelvlies en daarmee was mijn lot voorgoed bezegeld.
Ook als puber behield ik mijn badmuts. Ik kan u vertellen: het versiert behoorlijk lastig als je hoofd verstopt is onder een wit rubberen condoom. Mijn vriendinnen verdwenen kirrend op de dikke mat met de knapperds, en ik bleef aan de kant hangen met de leftovers in speedo. Het moge duidelijk zijn dat er nooit een innige band tussen mij en de zwemindustrie is opgebloeid.
En dus heb ik jarenlang alle zwemuitnodigingen slinks weten te pareren. "Mama kan tóch niet met haar hoofd onder water/van die glijbanen/in de wildwaterbaan/van de duikplank/in één keer vanaf de kant springen/verder dan haar knieën in zee/voor de grap in het water geduwd worden, want ja: die oren." Met altijd dezelfde conclusie: "Je kunt beter met papa gaan." Werkt prima bij tropische zwemparadijzen, subtropische badcomplexen en alle andere vormen van gedwongen waterpret. Dus vast ook bij de vernieuwde Meerkamp.
Blijkt het verdorie een wedstrijdbad te zijn.
Als u mij zoekt: ik ben even mijn badmuts opscharrelen uit het archief. Kijken of ik die schoolslag nog kan.
Dit artikel verscheen eerder in de november-editie van AmstelveenZ Magazine, nummer 103.