Amstelveen - Ik had hier eigenlijk iets willen schrijven over de Nationale Sportweek die binnenkort in Amstelveengehouden wordt. Of over mijn honderdste column, want dat is deze. Maar dat was voordat het kastje roet in het eten gooide. Een lullig blok hout in de vorm van een trapeze zorgde ervoor dat u nu op uw vrije zaterdag een stukje leest over een kastje, en niet over iets leukers dan een kastje.
De onverkwikkelijke geschiedenis van het kastje begon in Thailand – of all places. Waar de meeste mensen op het strand mijmeren over een nieuwe baan, nieuwe partner, nieuwe kansen of toestand in de wereld, denk ik, oppervlakkig als ik ben, op vakantie vooral aan welke nieuwe kleuren ik nu weer op de muur kan verven. Dit tot diep gezucht van de Meneer, die best mee wil filosoferen over het beginnen van een Bed & Breakfast in Normandië, maar die zijn vakantie dan weer helemaal niet associeert met verf. Maar ook hij weet na 27 jaar dat er helaas niets anders op zit dan gewoon maar de kwast ter hand te nemen. Dat kost uiteindelijk veel minder tijd dan wanneer hij máánden naar mijn gezever over ‘roze? Of toch groen?’ moet luisteren.
Afijn. Dit keer was de slaapkamer aan de beurt en dat alles moest zich in het laatste weekend van de vakantie voltrekken, tesaam met de deadline van deze column, de aanschaf van vergeten gymschoenen (elk jaar weer), kaftpapier, schriften en ‘al mijn lange broeken zijn te klein’. Tegen alle verwachtingen in verliep het schilderproces op rolletjes. Tot het kastje. Dat had dan wel wieltjes; op rolletjes liep het geenszins.
Het kastje, zo moet u weten, kwam bij het huis toen we dat 9 jaar geleden kochten. Het was op maat gemaakt door een timmerman met liefde voor multiplex en tweecomponentenlijm, zag eruit als een massieve kluis in een gekke vorm en stond onnoemelijk in de weg. Nu we toch 2 dagen in goede harmonie hadden geverfd, konden we meteen wel even het kastje uit elkaar halen en afvoeren, opperde ik monter.
Dat had ik beter niet kunnen doen. We begonnen met een dappere poging om het kastje via de draaitrap naar beneden te krijgen. We wisten allemaal dat dat niet ging lukken. De Meneer, de zoon die moest helpen en ikzelf. Maar omdat iemand van ons (ik noem geen namen, maar ik was het niet) dacht dat het misschien tóch zou passen, deden de zoon en ik net alsof wij dat ook dachten. Na een half uur was de verf van de trap, zat er een deuk in de muur, was er een vinger gekneusd en stond het kastje met zijn middelvinger omhoog nog steeds op de eerste verdieping.
Toen was het tijd voor grover geschut: het kastje moest uit elkaar.
De Meneer ging, gewapend met een breekijzer, bijl, hamer en zaag, het kastje te lijf. Ik - altijd behulpzaam - deed de begeleidende ‘pas op je vingers!’, ‘kijk uit voor splinters!’ en ‘trek dan in íeder geval schoenen aan, anders hak je in je voet!´. Het kastje lachte ons keihard uit.
Ik opperde dat we zijn onze poging misschien beter konden staken om een cirkelzaag te huren bij de bouwmarkt. Maar inmiddels had de Meneer het kastje nog liever opgegeten dan te moeten toegeven dat hij en zijn breekijzer het hadden verloren van een multiplex kastje in de vorm van een trapeze. Hij hakte verder. Het humeur brokkelde langzaam af. Het kastje niet. De zoon belde van buiten of we wat zachter konden doen, omdat het op straat klonk alsof zijn ouders hele andere dingen deden dan een kastje slopen. Na een goede 3 uur zag de slaapkamer er dan wel uit als een houtzagerij, de Meneer en het kastje bevonden zich éindelijk in dezelfde staat: kapot.
Tijd om deze column te tikken. Maar ja. Toen moesten die gymschoenen nog.
Dit artikel verscheen eerder in de september-editie van AmstelveenZ Magazine, nummer 101.