Amstelveen - Het zal u vast niet ontgaan zijn, maar op 18 maart zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Vanaf grote borden langs de doorgaande weg lachen de lijsttrekkers en partijlogo’s ons toe om toch maar alsje-alsje-alsjeblíeft te gaan stemmen.
Nu ben ik de beroerdste niet, en dus surfte ik naar de lokale stemwijzer. Daar heb ik altijd een beetje een ambivalente relatie mee, want het zijn nooit stellingen waar ik gewoon ‘ja’ of ‘nee’ op wil antwoorden, maar altijd ‘ja maar/tenzij/alleen als/nou dat ligt genuanceerd hoor/dat kun je toch niet zo zeggen?!’ Braaf doorliep ik alle vragen. Over het algemeen vonden de meeste partijen ongeveer hetzelfde: ‘ja, maar’, of ‘nee, tenzij’. Bij het CDA had degene die de antwoorden moest invullen duidelijk wel wat beters te doen: ‘Is al goed geregeld’ (minimabeleid), ‘Zwemmen en zwemles is in Amstelveen al goed geregeld’, ‘Waar nodig, doen!’ (extra geld voor mantelzorgers). Het stemadvies dat ik kreeg was er één waar de Snollebollekes jaloers op zouden zijn.
En dus trok ik langs alle programma’s op de websites van de lokale partijen. Ik was vooral benieuwd naar de plannen van de FVD, want die zijn nieuw in Amstelveen. Voordat ik het lokale programma kon vinden op de FVD-site, stuitte ik op de vierdaagse masterclass Klassieke Muziek Ontsloten, gegeven door Thierry himself. “Vier dagen lang beleving en inzicht in de muziekgeschiedenis van Barok en Classicisme tot in de late Romantiek.” Ik werd op slag enorm vrolijk van het idee dat heel Amstelveen straks verplicht op klassieke muziekcursus moet bij Thierry. Het lokale programma was hetzelfde als in Lelystad, Alkmaar en alle andere gemeenten, behalve dan de beschrijving van Amstelveen zelf: “Eeuwenlang bepaalde het agrarische leven het tempo, zichtbaar in historische lintbebouwing, boerderijen en het zorgvuldig ingerichte landschap … In de twintigste eeuw groeide Amstelveen uit tot een moderne woongemeente, maar met blijvende aandacht voor rust, groen en gemeenschapszin. Zo draagt de gemeente een cultuur die het verleden eert als fundament voor stabiliteit, continuïteit en een herkenbare eigen identiteit.” Ik rijmde het niet helemaal met de werkelijkheid, want wie wel eens iets probeert te organiseren in Amstelveen weet dat het reuze meevalt met die identiteit en gemeenschapszin, maar dat mocht de pret niet drukken.
Daarna keek ik op Facebook of de mensen misschien nog iets zinnigs adviseerden. Maar daar was iedereen vooral boos. Boos dat er niet genoeg gebouwd wordt. En boos dat er wel gebouwd wordt want te hoog/te dichtbij/te groot/te duur/te veel voor buitenlanders. Boos dat autowrakken maandenlang op dezelfde plek blijven staan. En boos dat verwaarloosde auto’s worden weggesleept want ‘waar bemoeien ze zich mee’. Boos dat het Stadshart een stomme plek is. En boos dat het Stadshart verbeterd wordt. Boos dat de maatschappij verloedert en het respect verdwijnt. En boos op lokale politici, met respectvolle reacties als ‘kwekkende kutwijven’, ‘lampenkap die naar de kapper moet’, ‘lachebekje’, ‘leugenaars’, ‘vuile landverraders’…
Wat het wordt 18 maart? Ik ben er nog niet uit. Waar ik wél uit ben na mijn vierdaagse masterclass Lokale Politiek Ontsloten, is dat gemeenteraadslid zijn me een enorme hondenbaan lijkt. Je stopt al je vrije tijd in je stad, doet het nóóit goed en iedereen vindt dat hij ongegeneerd online op je kop mag schijten. Dus daarom: alle kandidaat-raadsleden van alle partijen, geweldig dat jullie je willen inzetten om van deze stad een nog betere stad te maken. Ik wens jullie een dikke huid, veel wijsheid én heel veel succes de komende 4 jaar.
Dit artikel verscheen eerder in de maart-editie van AmstelveenZ Magazine, nummer 106.