Inmiddels heb ik twee zonen, een baan, een Meneer Geer, een huis en alle verplichtingen die de huiselijke staat daaraan heeft verbonden. Maar bijna…bíjna…was dat dus allemaal heel anders gelopen.
Ooit had ik namelijk honden. En oké, ook al diezelfde meneer (die kwam bijkans bij de Olvarit), maar de rest van de onroerende zaken nog niet. Mijn leven bestond vrijwel volledig uit Teckel Ted en Basset Sophie, het Amsterdamse Bos en prangende levensvragen als hoe ik in hemelsnaam eenmaal afgestudeerd werk zou kunnen vinden waar de honden mee naartoe mochten.
En zomaar ineens, midden op een druilerige donderdag, stond hij daar. In de Karselaan, pal voor Van Noord’s dierenwinkel. Xander de Buiso…de Buisgo, de Bizonjee. Te wachten. Op mij natuurlijk. Goed, de blondine aan zijn arm, daar zouden we iets op moeten verzinnen maar Meneer Geer zou het heus snappen. Mijn introductie tot het bekendehondenmoederschap stond voor de deur van de dierenwinkel op mij te wachten, dat was zo klaar als een klontje.
Ik had niets nodig van de dierenwinkel, maar het leek het mij omwille van het niet al te opvallerige het beste om dan tenminste te veinzen iets nodig te hebben daarbinnen. Zijn blauwe blik zou dan op mijn olijke Basset vallen, hij zou zijn blondine vergeten, door de knieën zakken, Sophie (míjn Sophie dan, zijn eigen blondine bleek ook Sophie te heten) vertederd aaien en toezingen. Daarna zou hij zijn blik ontroerd omhoog wenden. Om op te merken dat ik hele mooie ogen had. En te vertellen dat hij een nieuwe clip aan het maken was…en of wij niet toevallig…
Hij keek inderdaad meewarig naar beneden. Maar dat was meer omdat mijn Sophie met een diepe zucht een dikke drol deed pal voor zijn dure schoenen. Terwijl ik op mijn knieën mijn kartonnen kakzak lag te ontvouwen bedacht ik me dat ik beter eens op Monsterboard kon kijken. Bij M van ‘Mislukking’ was vast nog een baan voor mij te vinden.
Geertje Visser