Al tijden vermaak ik mij bijzonder om het legertje fitgirls & boys dat dagelijks diverse sociale media domineert met gefilterde selfies van gespierde torso’s, strakke billen en fraaie tandpasta-smiles. Fit zijn is tegenwoordig helemaal de bom en zeker Instagram is een soort wereldwijde kleedkamer waar je van al dat sportieve beautygeweld mag genieten en gelukkig het zweet niet ruikt.
Eerlijk is eerlijk, ik ben soms jaloers. Hoewel het totaal niet in mijn aard ligt om de wereld te laten zien wat voor lichaam ik heb (dat lijkt mij op dit moment ook beter voor de wereld), heb ik toch respect voor de mensen die dagelijks of bijna dagelijks in de sportschool staan.
Bij mij komt dat er simpelweg niet meer van. Mede omdat ik ooit per ongeluk schrijver van stukjes ben geworden en zo nodig als veertigplusser een eigen zaak moest beginnen. Voor je het weet zit je dag in-dag uit op een bureaustoel in een felle lichtbak te staren, met je toetsenbord als beste vriend.
Schrijven is leuk, heel leuk. Zo leuk zelfs dat je signalen van je lichaam feilloos leert negeren en volautomatisch je creativiteit aanspreekt om kleine pijntjes & ongemakken te verlichten. Last van stress? Heel simpel, je neemt gewoon een paar bakken koffie en je tikt er lekker doorheen. Last van je rug? Dan neem je gewoon ff koffie en je gaat wat schever zitten. Last van stramme benen? Je gaat nog iets schever zitten, en ook dan neem je nog meer koffie. Oververmoeid van al het pc-werk? Dan neem je ’s avonds om te ontspannen simpelweg koffie, je eet een pizza en je werkt nog effies lekker door om aan het eind van de avond verkrampt met je iPad de nationale sport Facebookscrollen te beoefenen. Super gezond.
Probleempje: ik ben veertigplus, ofwel vet oud. Al die kleine lichamelijke ongemakjes evolueren zich ongemerkt tot een iets massaler probleem: je voelt je dagelijks eigenlijk niet heel lekker in je lijf. Piep-Kraak. Je straft als schrijver deadline na deadline, maar ergens besef je ook dat die ene grote deadline steeds wat dichterbij komt. Kortom, ik moest in beweging komen. Onder lichte druk van mijn gewaardeerde en wel sportieve topcollega (begin 30, makkelijk praten) moest er dus ‘iets’ gebeuren.
Dat ‘iets’ heeft geresulteerd in het inschakelen van een personal trainer. Kuch. Of beter gezegd twee personal trainers (bij mij is dubbele zekerheid altijd handig). Donny & Mike heten ze. En Donny & Mike komen rechtstreeks uit een blinkende lifestylecommercial lopen en doen het denk ik meer dan uitstekend op het strand. Armen als kabels, dubbele sixpacks, frisser dan fris en fitter dan fit. Echte mannen.
Maar aardige gasten zijn het ook: ze startten drie jaar geleden met Kaizen Gym, een soort van fitnesstotaalcompleetallesineenachtigsuperconcept volgens de zogenoemde ‘Kaizen’ traditie, waarbij je continu op zoek gaat naar verbetering. Wat ik zoal hoorde zijn mensen onverminderd enthousiast over hun aanpak en groeit de toko als kool. 'Improving life quality' luidt de slogan. Klinkt nu al bijna te mooi om waar te zijn, maar goed: Donny & Mike van Kaizen Gym gaan mij de komende 3 maanden proberen fit maken. En het vervelendste van alles: het moet natuurlijk vooral ook uit mijzelf komen. A hell of a job.
André Gerritsen
AmstelveenZ
Volgende week deel twee.
